Renault 5 Alpine gr 2 
Een wapen voor individuele coureurs

Vertaling: A. jassies 
Foto's: eigen archief/  F. bangma. 
  

De R5 Alpine van 1978, voorloper van de uitmuntende Alpine Turbo, heeft in de Tour de Corse en in Monte Carlo briljante resultaten geboekt voor wat betreft wegligging en betrouwbaarheid. En dat ondanks zijn bescheiden 140 pk, een kleinigheidje vergeleken met de concurrentie.

De in 1972 op de markt gebrachte Renault 5 betekende voor de fabriek uit Billancourt een groot commercieel succes in de jaren ’70. Vanaf 1974 was het het best verkochte model in Frankrijk en het was dan ook logisch dat er in de loop der jaren varianten op de markt kwamen, ook voor het snellere werk. De Alpine-tak in Dieppe had bovendien nog wat testjes op de plank liggen en zo kwam het dat daar in 1976 de Renault 5 Alpine werd onthuld. De bedoeling was aanvankelijk om er een 1600-cc-blok in te leggen, maar bij geprek aan ruimte werd voor een 1400 cc-blok gekozen, met de code R1223. De op de markt gebrachte versie leverde 93 pk en had een in die tijd zeer ongebruikelijke 5-versnellingsbak, afkomstig uit de R16 TX. Hij werd slechts als 3-deurs verkocht en vanaf 1977 werd ermee in de Coupe Renault gestreden. De R5 Alpine had een oliekoeler, een elektrische benzinepomp, een zeer directe besturing (17,5:1), speciale schokdempers, remschijven rondom, een sportief differentieel en voor de wegraces 180/550 VR 13 Dunlop-banden.

 
De motor van de polymeca 5 Alpine gr 2
Wijzigingen aan de Renault 5
 
De 5 Alpine gr 2 tijdens de wsr op circuit zolder 2006
In die jaren was Renault druk met de Alpine A310 met z’n V6-techniek volgens de Groupe 4-normen, en tevens zette het merk z’n eerste stappen in de Formule 1. Het verkoopsucces van de Renault 5 alsmede de gelegenheid om op basis van dit model een goede rally-auto te ontwikkelen zorgden ervoor dat het A310-project op het tweede plan terechtkwam. Zo kon de race-tak van Renault zich vanaf eind 1977 helemaal op de Renault 5-rally-auto gaan concentreren. Onder de hoede van Alpine werden de zelfdragende carrosserie verstevigd, beschermingszones aangebracht en de vering aangepast. Ook werden stuggere schokbrekers, nieuwe stabilisatorstangen en slijtvastere koppelingsplaten gemonteerd. De specialist Arthur Bozian hield zich met het motorgedeelte bezig en maakte het geheel geschikt voor de Groupe 2, een voor in serie gebouwde auto geschiktere categorie dan de extremere Groupe 4. Bozian slaagde erin 135 pk uit het blok te halen, latere aanpassingen leidden zelfs tot 140 pk. Er bestonden uiteraard snellere en krachtiger rally-wagens, waardoor de Alpine er absoluut gezien qua topnoteringen niet aan te pas kwam. In de Groupe 2 gooide de wagen echter hoge ogen, en het werd een gewilde wagen voor privé-coureurs vanwege de gunstige prijs-prestatieverhouding,
 
De achterwiel ophanging.
 
De voorwielophanging
                               De gekozen wedstrijden

De eerste race waaraan een Renault 5 Alpine meedeed was de Rallye des 1000 Pistes van 1977, het eerste aansprekende resultaat was de 7e plaats van Renaultcoureur Jean Ragnotti in de San Remo-rally, ook in 1977. De grote doorbraak van de Renault 5 in de rally-wereld kwam in 1978, toen het direct bij de eerste race raak was: Jean Ragnotti en zijn copiloot Jean-Marc Andrié pakten in de rally van Monte Carlo de eerste plaats in de groupe 2-klasse en de tweede in het overall-klassement. Guy Fréquelin bestuurde de andere meeracende 5 Alpine en op een bepaald moment lagen beide wagentjes aan kop, voor de Porsche 911 van Jean-Pierre Nicolas, die later als eerste over de finish zou gaan, en ook voor de snelle Fiat 131’s. Guy Fréquelin werd in die race 3e. Deze prachtige uitslag zetten vele individuele coureurs ertoe aan om onmiddellijk een bestelling bij Renault te plaatsen. Voordeel haalde de Alpine vooral op gladde stukken en op de randen van de weg, waar de grote veeruitslag en de directe besturing dankzij de voorwielaandrijving hun waarde bewezen. In feite ging het eigenlijk om een soort gemoderniseerde Mini Cooper S. Daarbij bleek de Alpine veel weerbaarder dan zijn kleine afmetingen deden vermoeden, hetgeen de derde plaats van Ragnotti en Andrié in 1978, in Bandama, Ivoorkust verklaart, een van de moeilijkste races die in die tijd op de kalender stonden. Winnaar dat jaar was overigens  Jean-Pierre Nicolas in een Peugeot 504 V6 Coupé. Renault wist heel goed dat de wereldtitel met slechts 140 pk onbereikbaar zou blijven, en koos daarom heel slim de races uit waarin de 5 Alpine het best uit de voeten kon. Zo wist men toch steeds de aandacht van de pers op zich gericht.

 
 
Renault 5 alpine gr 2 tijdens de Monte-carlo rally 2006
Monte Carlo 1979
In de rally van Monte Carlo van 1979 had de wagen minder succes dan het jaar daarvoor. De weg was droog en daardoor konden de Renaults hun voordeel op glad wegdek ten opzichte van achterwielaangedreven concurrenten niet benutten. Dat jaar deden 2 Ford Escorts RS mee met 272 pk, Fiat stuurde 4 131 Abarths en twee Ritmo’s en veel individuele coureurs reden in een Lancia Stratos of Porsche 911. Tegen zo’n overmacht moest de 5 Alpine het afleggen.  Bjorn Waldegaard had in zijn Escort op een bepaald moment 91 seconden voorsprong, maar verloor tijd doordat hij stenen van de weg moest halen. Bernard Darniche wist naderbij te komen en uiteindelijk wist hij zijn Stratos 6 seconden voor de Ford over de finish te sturen. Jean Ragnotti kende problemen met de besturing, wist de race wel uit te rijden, maar Guy Fréquelin werd dit keer de winnaar in de groupe 2. Ragnotti schitterde korte tijd later wel weer in de Tour de Corse, die bij uitstek geschikt was voor de Renault 5 Alpine. Deze in 1956 voor het eerst verreden rally werd normaal in november gehouden maar was nu verplaatst naar mei. De etappes startten in Bastia, Calvi en Ajaccio en de koers had als bijnaam “rally der 10.000 bochten”. Ragnotti vocht als een leeuw om wagens met een veel groter vermogen voorbij te rijden en moest uiteindelijk slechts de Lancia Stratos van Bernard Darniche voor zich dulden. In de groupe 2-klasse werd hij uiteraard wel eerste. 
In 1980 presenteerde Renault de auto die de Renault 5 Alpine moest gaan opvolgen, de Renault 5 Turbo. Met deze auto wilde Renault de sterkere wagens definitief naar de kroon steken en veroverde het een vaste plek in wat later de groupe B ging heten.

    

2017  Renault 5 Alpine Turbo   globbers joomla templates